Verdelen van subsidies
Er is sprake van een schaarse subsidie als er meer aanvragers kunnen zijn dan er geld beschikbaar is omdat er een subsidieplafond is vastgesteld. Er zijn nauwelijks subsidies die géén plafond kennen (hierdoor valt te onderbouwen dat een subsidie bijna altijd schaars is). Aangezien als regel een maximum is verbonden aan het totaal aan subsidies dat kan worden verleend, is hier sprake van schaarste. Maar het is niet altijd duidelijk of een subsidie daadwerkelijk een plafond heeft. Daarom is de vraag die vaak als eerste voorligt is of er sprake is van een subsidie, die schaars is. Dit is dus niet altijd klip en klaar. Indien wel, dan moet het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel in acht worden genomen bij verdeling van deze subsidie (potentiële gegadigden moeten op transparante wijze gelijke kansen krijgen).
Maar bijvoorbeeld de begrotingssubsidie en de incidentele subsidie kennen geen wettelijke grondslag, dit volgt uit artikel 4:23 Awb. Dat houdt ook in dat ingevolge artikel 4:22 Awb bij beide subsidies in principe geen subsidieplafond bestaat. In dat artikel wordt namelijk de link gelegd met subsidies met een wettelijke basis. Maar de aanname dat bij een subsidie waarvan de grondslag ligt in vermelding op de begroting of wanneer sprake is van een incidentele subsidie een subsidieplafond ontbreekt, roept vragen op. De consequentie ervan is dat er geen verdelingsregels van toepassing zijn en het transparantiebeginsel niet in acht behoeft te worden genomen. Er wordt echter maar een beperkte hoeveelheid subsidie verstrekt, terwijl het niet onwaarschijnlijk is dat andere partijen die subsidie of een vergelijkbare subsidie ook zouden willen ontvangen. En dan zouden deze subsidies tevens schaars (kunnen) zijn. Daarnaast zou je zelfs kunnen betogen dat omdat bij verdeling van subsidies het feitelijk altijd gaat om verdeling van publiek geld, de schaarse daardoor gegeven is (publiek geld is immers schaars).
Subsidie voor bepaalde tijd
Ook brengt het leerstuk van schaarse rechten brengt met zich mee dat deze subsidie niet voor onbepaalde tijd mag worden verstrekt. Subsidies worden dus vaak op projectbasis of incidenteel verstrekt. Maar in het subsidielandschap komt ook geregeld voor dat een partij vele jaren min of meer automatisch achter elkaar subsidie ontvangt, bijvoorbeeld als het gaat om een instellingssubsidie. Dan kan de vraag rijzen of er niet feitelijk sprake is van subsidieverstrekking voor onbepaalde tijd.
Passende mate van openbaarheid
Verder moet een passende mate van openbaarheid worden verzekerd met betrekking tot de beschikbaarheid van de schaarse subsidie, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria. Er moet in dit kader worden voldaan aan het transparantiebeginsel. Dit is niet altijd een makkelijke exercitie voor de subsidieverstrekker: zijn bijvoorbeeld de toe te passen criteria tijdig bekend gemaakt zodat alle potentiële gegadigden daar tijdig rekening mee konden houden?
Voorgaande vraagstukken en meer kunnen spelen bij verdeling van (schaarse) subsidies. De rechtspraak hierover is volop in ontwikkeling.