Er zijn ook andere vergunningen, die doorgaans niet exploitatievergunning worden genoemd, waarop de Dienstenrichtlijn van toepassing is. Denk hierbij aan de evenementenvergunning, de standplaatsvergunning, de marktvergunning en, afhankelijk van de specifieke regeling per gemeente, de ligplaatsvergunning voor bedrijfsvaartuigen.
Maar ongeacht de benaming gaat het er inhoudelijk om of de diensten van de ondernemer onder het toepassingsbereik van de Dienstenrichtlijn vallen. Als dit het geval is, dan is de vervolgvraag of een specifiek toestemmingsvereiste een procedure inhoudt die voor een dienstverrichter of afnemer de verplichting inhoudt bij een bevoegde instantie stappen te ondernemen ter verkrijging van een formele of stilzwijgende beslissing over de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit. De toetsingsmaatstaf is niet of de toestemming noodzakelijk is voor de toegang tot en de uitoefening van de dienstverrichters willen verrichten. Het is voldoende dat het toestemmingsvereiste de uitoefening van een dienstenactiviteit reguleert. In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak over het Rotterdams Parkeerverbod was cruciaal dat het parkeerverbod in de openbare ruimte enkel is gericht tot de personen die de dienstenactiviteit willen verrichten, met uitsluiting van personen die handelen als particulier. De Afdeling bestuursrechtspraak vond het uitdrukkelijk niet relevant of het autohandelbedrijf ook elders dan in de openbare ruimte kon parkeren (bijvoorbeeld op eigen terrein of op het terrein van een derde). Eerder concludeerde AG M. Bobek inzake Cali Apartments (in r.o. 45-63) in overeenkomstige zin.