Boven de grens van Europees aanbesteden is een aantal procedures mogelijk, waarvan de openbare en niet-openbare procedure de bekendste en meest gebruikte zijn. Onder de grens voor Europees aanbesteden bestaan in principe geen wettelijk voorgeschreven procedures. In principe, want voor opdrachten met een waarde onder de Europese drempelwaarde geldt namelijk dat deze niet volledig zijn vrijgesteld van de aanbestedingsregelgeving. Dat volgt uit het proportionaliteitsbeginsel.
Het proportionaliteitsbeginsel houdt in dat de keuzes die een aanbestedende dienst maakt en de eisen en voorwaarden die worden gesteld bij een aanbestedingsprocedure in redelijke verhouding moeten staan tot de aard en omvang van de aan te besteden opdracht. Dit beginsel is verder uitgewerkt in de Gids Proportionaliteit. Deze gids biedt onder andere richtsnoeren voor het bepalen van de meest passende aanbestedingsprocedure, dus ook voor opdrachten onder de drempelwaarden.
Met betrekking tot het kiezen van een geschikte en proportionele aanbestedingsprocedure, moet een aanbestedende dienst op grond van voorschrift 3.4 A van de Gids in ieder geval acht slaan op de volgende aspecten:
- omvang van de opdracht;
- transactiekosten voor de aanbestedende dienst en de inschrijvers;
- aantal potentiële inschrijvers;
- gewenst eindresultaat;
- complexiteit van de opdracht;
- type van de opdracht en het karakter van de markt.
Vervolgens worden in de Gids concrete handvatten gegeven in de vorm van “balkjes” die laten zien welke procedures proportioneel worden geacht voor opdrachten van verschillende waardes. De balkjes geven zodoende aan op welke wijze het voorschrift 3.4 A van de Gids moet worden uitgevoerd.